Leren eenwieleren

Net als iedere sport zal eenwieleren in het begin altijd moeilijk lijken. Maar het volgende kan het een beetje minder frustrerend maken en zal hopelijk zorgen dat je het wat sneller leert.

Waar oefenen
Je kan het best oefenen op een vlakke ondergrond. Een parkeerplaats is vaak goed, een gymzaal ook. De breedte is niet echt belangrijk, maar de lengte wel, als je niet bang hoeft te zijn om aan het eind tegen een muur op te rijden is dat een zorg minder. Op een lange vloer kan je langer achter elkaar oefenen en je kan jezelf ook een doel stellen: tot díe streep, of tot dát paaltje.

Een steuntje helpt
Je kan je het best vasthouden aan iets stevigs dat ongeveer zo hoog is als tussen je middel en je borst (als je op de eenwieler zit). Minstens aan één kant, maar het zou ideaal zijn als je zoiets aan beide kanten hebt. Een brugleuning of hek (kijk uit voor splinters!) kan goed werken, een wandrek in een gymzaal is ook prima. Een gaashek zoals rondom een tennisveld is ook prima.
Eén of twee mensen om aan vast te houden werkt natuurlijk ook; je kunt hun schouders vasthouden of hun handen. De mensen moet naast jou zijn, of eigenlijk iets vóór jou zodat je gebogen armen wat naar voren steken, vooral als je eenmaal aan (ondersteund) rijden toe bent. Let op: jij moet hen vasthouden, niet andersom, want je moet zelf bepalen hoeveel steun je nodig hebt. En ze moeten zeker niet je eenwieler vasthouden, want JIJ moet het evenwicht houden.

Zadelhoogte
Als je je voethak op het pedaal zet in de onderste stand, moet je been bijna recht zijn, maar niet overstrekt. (Dit is niet de normale voetpositie om te rijden, zie verderopj.) De zadelhoogte is afhankelijk van je persoonlijke voorkeur dus je kan van deze richtlijn afwijken, kijk maar wat je prettig vindt.

Basisvaardigheden
Deze methode om te leren eenwieleren legt de nadruk op het goed aanleren van de basisvaardigheden, in plaats van ‘maar een beetje proberen’. Sommige mensen kunnen al na een paar minuten een beetje rijden, maar de meesten hebben minstens een paar uur nodig. Dus je kan net zo goed wat meer tijd uittrekken en het goed leren.

Deze methode heeft zich in de praktijk bewezen. Niettemin zul je zelf moeten oefenen. Eenwieleren is niet moeilijk en iedereen met normale benen kan het leren, maar je lichaam heeft gewoon tijd nodig om de goede reflexen te leren.

Opstappen
Om de eerste keer op een eenwieler  op te stappen kan verbazend lastig zijn (en grappig om naar te kijken). Een goede manier is om naast je ondersteuning te staan met de eenwieler voor je. De plek naast je ondersteuning is belangrijk, want als je eenmaal op de eenwieler bent moet je rechtop zitten, en niet naar je ondersteuning toe hoeven leunen, of er vandaan. Zet het pedaal van je ‘sterke’ voet op het laagste punt. (Als je niet weet wat je sterke voet is, probeer ze allebei.) Plaats de bal van je voet op het onderste pedaal., hou het zadel tegen je zitvlak met je ene hand, en hou je ondersteuning vast met je andere. Zet je gewicht op je onderste voet zodat het wiel niet naar voren rolt, en trek jezelf naar voren; daarbij kan je één of beide handen gebruiken. Plaats je andere voet op het bovenste pedaal. Als dat redelijk stabiel voelt, verminder dan de druk op de pedalen zodat je gewicht meer op het zadel komt.

De kracht-positie
Rol nu langzaam achteruit door het bovenste pedaal naar achter te drukken tot de pedalen even hoog zijn. Hou daarbij je gewicht op het zadel, en blijf rechtop. Je bent nu in de ‘kracht-positie’; hierin heb je de meeste beheersing over de eenwieler.

Voetpositie op het pedaal
Bij gewoon fietsen (op een tweewieler) heb je waarschijnlijk een favoriete voetpositie op het pedaal. Voor eenwieleren kan je dezelfde voetpositie gebruiken. Om eenwieleren te leren, en ook voor de meeste stijlen van rijden op een eenwieler, wordt meestal aanbevolen om de bal van je voet op het pedaal te hebben.

Heen en weer wiegen
Op een gewone fiets hoef je je evenwicht alleen maar naar de zijkant te bewaren. Als je op een eenwieler leert rijden kun je het beste eerst het voor/achter evenwicht oefenen. Dan hoef je je op minder dingen te concentreren, en gaat het leren gemakkelijker en sneller.
Grijp je ondersteuning stevig vast met een of beide handen. Laat het wiel een klein beetje vooruit en achteruit gaan, niet meer dan zeg tien of twintig centimeter. Hou je gewicht op het zadel, en je bovenlichaam recht en rechtop. Je onderlichaam moet als een slinger heen en weer gaan. Oefen dit in beide krachtposities, dus zowel met je linkervoet voor als met je rechtervoet voor. Ga pas naar de volgende oefening als je je niet meer krampachtig hoeft vast te houden.

Wiel-omwentelingen
Nu kun je beginnen met vooruit rijden, telkens met een halve wiel-omwenteling tegelijk, terwijl je langs je ondersteuning rijdt (of je ondersteuning beweegt met jou mee). Begin elke halve omwenteling door een beetje vooruit te leunen. Gedurende een ogenblik hou je het wiel nog op zijn plek, dan trap je tamelijk snel een halve omwenteling vooruit om het wiel weer onder je zwaartepunt te krijgen. Door te stoppen in de krachtpositie kun je je evenwicht weer vinden, en het dwingt je ook om te oefenen om achterwaartse kracht op het pedaal uit te oefenen.
Als dit goed lukt, ga je over op hele omwentelingen van het wiel tegelijk. Stop weer even na elke wielomwenteling. Denk eraan: rechtop zitten en gewicht op het zadel.

Ononderbroken rijden
Nu kan je overgaan op ononderbroken rijden naast je ondersteuning. Het voornaamste hierbij is om je voorwaartse snelheid te behouden zodat je langs de minst gecontroleerde positie komt (waarbij de cranks verticaal staan). Probeer om steeds minder kracht op je ondersteuning uit te oefenen, naarmate je zelfvertrouwen toeneemt. Zodra het kan, hou je je ondersteuning nog maar met één hand vast, en zwaai je je andere arm in de lucht voor het evenwicht.

Rijden zonder ondersteuning
Als je dit gaat oefenen, rij je eerst naast je ondersteuning, en laat je los als je genoeg snelheid hebt. Als je los rijdt kan je je armen wijd houden voor het evenwicht, maar laat ze maar zwaaien zoals het uitkomt. Het is volkomen normaal om wild met je armen te bewegen als je leert eenwieleren.

Algemene tips
* Rij niet te langzaam. Langzaam rijden is een uitdaging op zichzelf, omdat het in feite moeilijker is om je evenwicht te bewaren. Op een 20″ is een wandelend persoon ongeveer de goede snelheid. Op een 24″ is de gemakkelijkste snelheid ietsje hoger.
* Je hebt waarschijnlijk de neiging om aan de voorkant van de eenwieler af te vallen. Zeker, je moet een beetje naar voren leunen, maar je moet hard genoeg trappen zodat het wiel je bij kan houden. Het kan nuttig zijn om te denken: “Hou het wiel onder je”, in plaats van “Blijf boven het wiel”. Misschien vind je het een eng idee om harder te moeten trappen om een val te voorkomen. Rijd in dat geval iets langzamer en leun een beetje meer naar achter.
* Als je vooruit rijdt en naar de zijkant dreigt te vallen, moet je dat voorkomen door in die richting te sturen. Je stuurt met je heupen, zodat je het zadel in de goede richting draait en het wiel in de gewenste richting rolt. (Hou het wiel onder je, weet je nog.) Je hoeft hier niet erg bewust mee bezig te zijn, je lichaam vindt dit zelf wel uit.
* Maak je geen zorgen als je niet kan voorkomen dat je valt, in welke richting dan ook. Dat probleem hebben alle beginnende eenwieleraars. Het kan frustrerend zijn, maar naarmate je meer oefent zal het corrigeren van je evenwicht steeds gemakkelijker en natuurlijker gaan. Na een tijdje zijn de reflexen in je motorische geheugen ingeslepen en gaat het evenwicht houden helemaal onbewust, net als met lopen of gewoon fietsen op een tweewieler.

(Met dank aan de website van Stichting Eenwieleren Nederland.)